Maria van Bourgondië (Brussel, 13 februari 1457 – Brugge, 27 maart 1482), vaak aangeduid als Maria de Rijke, was een van de meest invloedrijke vorstinnen van de late middeleeuwen. Als hertogin van Bourgondië, Brabant, Limburg, Luxemburg en Gelre, en gravin van Vlaanderen, Artesië, Holland, Zeeland, Henegouwen, Namen en Franche-Comté, evenals vrouwe van Mechelen, bestierde zij een uitgestrekt en cultureel rijk domein dat de kern vormde van wat later de Nederlanden zou worden. Haar regeerperiode markeerde een cruciaal moment in de politieke en culturele ontwikkeling van de Lage Landen, waar dynastieke ambities, stedelijke autonomie en artistieke bloei samenkwamen. Maria’s leven en regering vormen een fascinerend hoofdstuk in de geschiedenis van de Bourgondische Nederlanden, waarin macht, pracht en tragiek hand in hand gingen.
In april 2013 bracht PostNL een postzegel uit ter ere van Maria van Bourgondië, naast vijf andere markante vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis. Deze uitgave maakte deel uit van een breder cultureel project, geïnspireerd door de publicatie van het boek 1001 Vrouwen uit de Nederlandse Geschiedenis en de gelijknamige tentoonstelling. Het initiatief markeerde een hernieuwde aandacht voor de rol van vrouwen in de historische canon, waarbij hun vaak onderbelichte bijdragen aan de Nederlandse samenleving, cultuur en politiek op een toegankelijke en visueel aantrekkelijke manier onder de aandacht werden gebracht. De postzegelreeks fungeerde daarmee niet alleen als een eerbetoon aan deze historische figuren, maar ook als een reflectie van de groeiende interesse in genderperspectieven binnen de geschiedschrijving.
Maria van Bourgondië: Jeugd, Crisis en het Huwelijk dat een Rijk Redde
Maria van Bourgondië werd geboren in het paleis op de Koudenberg te Brussel, een kind van de Bourgondische dynastie die op het hoogtepunt van haar macht stond. Haar geboorte werd echter met gemengde gevoelens ontvangen. Haar grootvader, Filips de Goede, bleef weg bij haar doopsel, teleurgesteld dat zij “slechts een meisje” was. In een wereld waar mannelijke opvolging cruciaal werd geacht, leek Maria’s toekomst onzeker. Toch groeide ze op in de verfijnde hofcultuur van Bourgondië, omringd door de Franse taal en de klassieke eruditie van het Latijn. Haar jeugd werd abrupt onderbroken door de politieke crisis van 1477. Na het onverwachte overlijden van haar vader, Karel de Stoute, in de Slag bij Nancy, stond Maria, nog maar net twintig jaar oud, plotseling aan het hoofd van een rijk in verval. De Bourgondische Nederlanden werden bedreigd door zowel interne onrust als externe vijanden, met name de expansieve ambities van de Franse koning Lodewijk XI. Deze zag in Maria de ideale huwelijkspartner voor zijn zoon, de dauphin Karel, om zo Bourgondië en Vlaanderen bij Frankrijk te kunnen inlijven.
Maria’s positie was precair. Ze werd geconfronteerd met de diepe ontevredenheid van haar onderdanen, die het centralistische en oorlogszuchtige beleid van haar vader beu waren. Om hun steun te winnen, verleende ze op 11 februari 1477 het Groot Privilege, een document dat de macht van de Staten-Generaal versterkte en de gewesten meer autonomie gaf. Dit was een pragmatische zet, maar ook een cultureel keerpunt: het markeerde de groeiende invloed van de stedelijke elites en het particularisme in de Nederlanden. De crisis eiste echter zijn tol. Maria moest toezien hoe enkele van haar vaders meest vertrouwde adviseurs, zoals kanselier Willem Hugonet en raadgever Gwijde van Brimeu, in Gent op beschuldiging van hoogverraad werden onthoofd. Deze executies waren niet alleen politiek, maar ook symbolisch: ze markeerden het einde van een tijdperk van Bourgondische centralisatie en het begin van een nieuwe, meer gedecentraliseerde orde.
Ondertussen speelde Maria haar huwelijk slim uit als politiek instrument. Op 19 augustus 1477 trouwde ze met de 18-jarige Maximiliaan van Oostenrijk, een bondgenootschap dat niet alleen persoonlijk, maar ook cultureel en strategisch van groot belang was. De trouwring die ze van Maximiliaan ontving, versierd met een diamant, symboliseerde niet alleen hun verbintenis, maar ook de hoop op een nieuwe toekomst voor Bourgondië. Het huwelijk bleek een meesterzet: Maximiliaan versloeg de Fransen in de Slag bij Guinegate (1479) en behoedde zo de Nederlanden voor annexatie. Maria’s leven en regeerperiode vormen een fascinerend hoofdstuk in de cultuurgeschiedenis van de late middeleeuwen. Haar jeugd, de crisis van 1477 en haar strategische huwelijk illustreren hoe politiek, cultuur en persoonlijke keuzes samenkwamen in een tijd van grote verandering. Haar erfenis zou nog eeuwen nagalmen, niet alleen in de Nederlanden, maar in heel Europa.
Tragiek en Erfenis van een Bourgondische Vorstin
Maria van Bourgondië, geboren op 13 februari 1457, was een centrale figuur in de late middeleeuwen wiens leven en dood diepe sporen nalieten in de politieke en culturele geschiedenis van de Nederlanden. Haar huwelijk met Maximiliaan van Oostenrijk in 1477 markeerde niet alleen een dynastieke alliantie tussen het Bourgondische rijk en het Habsburgse huis, maar legde ook de basis voor de latere macht van het Habsburgse rijk in Europa. Het echtpaar kreeg drie kinderen: Filips de Schone (1478-1506), Margaretha van Oostenrijk (1480-1530), en Francis (1481), die slechts enkele maanden oud werd. Deze kinderen speelden een cruciale rol in de Europese politiek. Filips de Schone trouwde met Johanna van Castilië, waardoor hun zoon, de latere keizer Karel V, heerser werd over een rijk waar de zon nooit onderging. Margaretha van Oostenrijk, een sleutelfiguur in de Renaissance-diplomatie, trouwde eerst met Johan van Aragón en later met Filibert II van Savoye. Haar huwelijken versterkten de banden tussen Oostenrijk, Spanje en Savoye, en zij werd een invloedrijke regentes van de Nederlanden.
Maria’s leven kwam abrupt tot een einde op 27 maart 1482, slechts 25 jaar oud, na een tragisch ongeval tijdens een reigerjacht in de bossen van Wijnendale. Tijdens de jacht, georganiseerd door Adolf van Kleef-Ravenstein, struikelde haar paard over een boomstronk, waardoor Maria viel en onder het paard terechtkwam. De val leidde tot ernstige verwondingen, waaronder gebroken polsen en ribben, en waarschijnlijk interne bloedingen. Na enkele weken van lijden overleed ze in het Prinsenhof te Brugge, omringd door haar naasten en de ridders van het Gulden Vlies. Haar dood had verstrekkende gevolgen. Het vredesverdrag dat zij had gesloten met de Franse koning werd door Maximiliaan betwist, wat leidde tot een decennialange strijd met de Vlaamse steden over het regentschap van hun zoon, Filips de Schone. Deze conflicten tekenden de politieke verhoudingen in de Nederlanden voor jaren. Maria’s praalgraf in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Brugge, vervaardigd door Jan Borreman, is een meesterwerk van laatmiddeleeuwse kunst en symboliseert haar blijvende invloed. Naast haar vader Karel de Stoute begraven, werd haar graf in 1793 geschonden door Franse revolutionairen, maar tijdens archeologisch onderzoek in 1979 werd haar stoffelijk overschot geïdentificeerd. Haar verwondingen bevestigden de tragische omstandigheden van haar dood.
Maria van Bourgondië blijft een iconische figuur in de geschiedenis van de Nederlanden. Haar leven en dood weerspiegelen de complexiteit van de late middeleeuwen, waar dynastieke ambities, culturele bloei en persoonlijke tragedies samenkwamen in een tijdperk van grote verandering. Haar nalatenschap, zowel politiek als cultureel, blijft tot op de dag van vandaag resoneren.

Leave a Comment