Margaretha Wulfraet (Arnhem, 19 februari 1678 – januari 1760) was een Nederlandse schilderes, gespecialiseerd in portretten en historieschilderijen. Ze werkte in Arnhem en Amsterdam.
Enkele jaren na haar zestigste levensjaar keerde zij terug naar haar geboortestad Arnhem, waar zij in rust en godsvrucht haar laatste dagen doorbracht, in afwachting van een zalig sterfuur, zoals Van Gool het poëtisch verwoordde.
Maria Wulfraet: Een Vergeten Meesteres van de Schilderkunst
In de zachte schaduw van de Hollandse schilderkunst, te midden van de grootmeesters wier namen de eeuwen trotseerden, staat de figuur van Maria Wulfraet in het schemerlicht van de geschiedenis. Haar naam is niet met gouden letters in de annalen van de kunstgeschiedenis gebeiteld, maar haar werk getuigt van een talent dat in haar eigen tijd bewondering afdwong. Haar levensverhaal weerspiegelt niet alleen de mogelijkheden, maar ook de beperkingen waarmee een vrouwelijke kunstenaar in de laat zeventiende en vroeg achttiende eeuw werd geconfronteerd. Volgens tijdgenoot Jan van Gool zag Maria Wulfraet het levenslicht op 19 februari 1678, een dag later gedoopt in de Grote Kerk van Arnhem. Haar wieg stond in een milieu waar de kunst vanzelfsprekend was. Haar vader, Mathijs Wulfraet, zelf een begaafd kunstschilder, herkende in haar de aanleg die ook hem had bewogen de penseel ter hand te nemen. In een tijd waarin het kunstenaarschap voor vrouwen veeleer uitzondering dan regel was, werd zij opgeleid binnen de besloten kring van het atelier. Hier, onder het toeziend oog van haar vader, kreeg zij de technische beheersing en stilistische finesse bijgebracht die haar werk later zouden kenmerken.
Rond haar vijfde levensjaar verliet het gezin Arnhem en vestigde zich in Amsterdam, het kloppend hart van de Nederlandse kunstmarkt. In deze metropool, waar de kunsthandel floreerde en de portretkunst een gewild goed was onder de gegoede burgerij, vond Maria Wulfraet een vruchtbare bodem voor haar talent. Uit archiefstukken blijkt dat haar vader hier niet alleen zijn eigen werk, maar ook schilderijen van haar hand verkocht, soms zelfs onder zijn eigen naam. In deze praktijk – waarbij een jonge schilder door de naam van een gevestigde meester werd gedragen – schuilt wellicht een verklaring voor de vergankelijkheid van haar faam. Want hoewel zij portretten, historieschilderijen en genrevoorstellingen vervaardigde, werden haar werken niet altijd met haar naam verbonden, een lot dat menig vrouwelijke kunstenaar beschoren was.
In haar oeuvre, waarvan slechts een fractie bewaard is gebleven, keert een voorkeur terug voor historiestukken en portretten. Zo weten we uit achttiende-eeuwse bronnen dat Maria Wulfraet zich waagde aan de verbeelding van klassieke en heroïsche figuren. Haar interpretaties van Cleopatra en Semiramis, alsmede enkele jachtnimfen, werden in de achttiende eeuw bewonderd en maakten deel uit van de collectie van de Amsterdams-Utrechtse uitgever Gerard Wetstein. Van bijzondere betekenis was het zelfportret dat hij in zijn bezit had, een werk dat in de loop der tijd verloren ging en slechts voortleeft in een gravure van Jacob Houbraken. Deze gravure werd opgenomen in Van Gools biografische werk, De Nieuwe Schouwburg der Nederlandsche Kunstschilders en Schilderessen, een eerbetoon dat bevestigt hoezeer haar naam in de kunstkringen van haar tijd werd gerespecteerd. Maar zoals het lot van zovele kunstenaars wier werk niet in de grote verzamelingen werd opgenomen, is een aanzienlijk deel van haar oeuvre verloren gegaan. De schilderijen die zij vervaardigde voor Margaretha en Abraham Scheurleer, de zus en zwager van Wetstein, lijken eveneens in de mist der eeuwen te zijn verdwenen. Wat resteert, is een naam die in de marges van de kunstgeschiedenis voortleeft en een talent dat, door de omstandigheden van haar tijd, nooit de onbetwiste erkenning ontving die het verdiende.
Haar levensverhaal is een spiegel van de beperkingen én mogelijkheden die een vrouwelijke kunstenaar in de achttiende eeuw had. Zij behoorde tot die zeldzame vrouwen die zich niet lieten weerhouden door de conventies van hun tijd, die een eigen plaats opeisten in de wereld van de kunst. En hoewel haar werk grotendeels verloren is gegaan, blijft haar naam een stille getuige van een verleden waarin talent niet altijd werd vergezeld door roem, maar waarin kunst, zelfs in vergetelheid, haar eigen voortbestaan vindt. Het leven van Maria Wulfraet voltrok zich buiten de conventies die voor vrouwen in haar tijd als vanzelfsprekend golden. Niet gebonden door huwelijk en gezin, wijdde zij haar lange leven aan de schilderkunst, een ambacht dat zij met toewijding en volharding beoefende. In een samenleving waarin de kunstenaar doorgaans een man was en de vrouwelijke schilder een uitzondering, bleef zij standvastig haar eigen weg gaan. Haar ongehuwde status weerspiegelde wellicht een bewuste keuze: een leven gewijd aan de kunst, vrij van de beperkingen die een huwelijk haar had kunnen opleggen.
Toen zij in de vroege dagen van 1760, op 81-jarige leeftijd, haar laatste adem uitblies, ging een leven ten einde dat de kunst als leidraad had gehad. Op 26 januari werd zij te ruste gelegd, haar graf een zwijgende herinnering aan een vrouw wier penseel de eeuwen had getrotseerd, maar wier naam gaandeweg de schaduwzijde van de geschiedenis betrad. Toch getuigde haar nalatenschap nog van haar bedrijvigheid. Waar vandaag de dag slechts een bescheiden aantal werken van haar bekend is, trof men na haar dood een indrukwekkende verzameling van zestig schilderijen aan, die grotendeels aan haar hand werden toegeschreven. Dit gegeven werpt een ander licht op haar kunstenaarschap: het toont niet slechts een schilder die incidenteel werkte, maar een vrouw wier penseel nooit stil had gestaan. De tijd, die met een meedogenloze onverschilligheid over zoveel namen en werken heen is gegaan, heeft ook haar oeuvre grotendeels aan de vergetelheid prijsgegeven. Toch blijft haar naam, hoe bescheiden ook, voortleven als die van een kunstenaar die zich in een mannenwereld wist te handhaven, een vrouw die haar plaats in de kunstgeschiedenis opeiste, niet met luid vertoon, maar met de stille kracht van haar werk.


Leave a Comment