Frans Banninck Cocq, wiens naam in de geschiedenis ook verschijnt als Banning(h) Cock en andere varianten, werd geboren in Amsterdam op 23 februari 1605 en overleed er op 1 januari 1655. Hij is vooral bekend als de kapitein die centraal staat op Rembrandt van Rijns meesterwerk De Nachtwacht, een schuttersstuk dat de glorie en de trots van de Amsterdamse burgerij vereeuwigt. Banninck Cocq was echter meer dan slechts een figuur op een doek; hij was een man van aanzien en invloed in het 17e-eeuwse Amsterdam. Naast zijn rol als kapitein van de schutterij bekleedde hij het ambt van burgemeester, was hij advocaat en kasteelheer van Huis Ilpenstein. Zijn titel, Heer van Purmerlant en Ilpendam, had hij te danken aan zijn schoonvader, de vorige bezitter van Ilpenstein. Zo belichaamde Banninck Cocq de verbinding tussen stedelijke macht en adellijk prestige, een symbool van de rijkdom en status die het Amsterdam van de Gouden Eeuw kenmerkten. Zijn leven en nalatenschap vormen een hoofdstuk in de geschiedenis van een stad die zichzelf heruitvond als het centrum van handel, cultuur en politiek.
Dit is van Purmerlandt, een van de Hooftpilaaren Daar ’t Raadthuis vast op staat: zyn ongekreukte moedt Laat zich niet aan het Y, door woest geweldt, vervaaren. Een die de Vryheidt mint ontziet geen hartebloedt. Zyn trouw verstrekt een schildt voor ’t oog der watersteeden. Geen starker wallen dan de trouw der Overheeden.
Jan Vos (Amsterdamse Dichter)
Op het schilderij staat zijn familienaam vermeld als Banning Cocq, maar hijzelf gebruikte vaker de naam Banninck. Door de jaren heen werd de naam op uiteenlopende wijzen geschreven, een verschijnsel dat niet ongewoon was in een tijd waarin spelling nog niet gestandaardiseerd was. In het artikel “Frans Banninck Cocq’s Troop in Rembrandt’s ‘Night Watch'” wijst de auteur S. A. C. Dudok van Heel op de herkomst van deze naam. Deze is afgeleid van zijn grootvader van moederszijde, Frans Banninck, een Amsterdamse regent van aanzien. Dat hij als oudste zoon de volledige naam van zijn grootvader van moederskant droeg – en niet die van vaderskant – is veelzeggend. Het weerspiegelt de politieke ambities van zijn ouders, die hoopten dat hij de voetsporen van zijn grootvader zou volgen. Deze grootvader, die door zijn vroegtijdige dood nooit burgemeester was geworden, belichaamde een erfgoed van bestuurlijk prestige en maatschappelijke invloed. Zo werd de naam Banninck Cocq niet slechts een aanduiding van afkomst, maar ook een verwijzing naar een toekomst die in dienst moest staan van de publieke zaak.
Frans Banninck Cocq werd geboren als zoon van Jan Jansz. Cocq, een immigrant uit Bremen die in Amsterdam zijn brood verdiende als apotheker, en Lijsbeth Fransdr Banninck. Zijn wieg stond in het huis ‘de Gloeyende Oven’ aan de Dijkstraat in Amsterdam, een stad die in die dagen bruiste van handel en ambities. Op 23 april 1630 trad hij in het huwelijk met Maria Overlander van Purmerlant, een verbintenis die in de Oude Kerk werd ingezegend. Het huwelijk bleef helaas kinderloos. Na het overlijden van zijn schoonvader, Volckert Overlander, erfde Banninck Cocq het huis De Dolphijn, waar hij woonde op het moment dat Rembrandt zijn beroemde Nachtwacht schilderde – een werk waarin Banninck Cocq zelf een prominente plaats innam.
Banninck Cocq was een man van aanzien en invloed. In 1632, 1633 en 1636 diende hij als commissaris van het college van huwelijkse zaken, en in 1634 werd hij lid van de Vroedschap, het stadsbestuur van Amsterdam. Later klom hij op tot burgemeester, een ambt dat hij bekleedde in 1650, 1651, 1653 en 1654. In deze rol werkte hij nauw samen met zijn zwager Cornelis de Graeff en Johan Huydecoper van Maarsseveen, twee andere sleutelfiguren in het Amsterdamse bestuur. Daarnaast vervulde hij belangrijke functies binnen de schutterij: in 1635 was hij luitenant van Wijk I en later kapitein van Wijk II, een positie die hij bekleedde van circa 1635 tot 1646. Vanaf 1646 tot 1650 diende hij als kolonel, en van 1648 tot 1654 was hij gouverneur van de Amsterdamse Handboogdoelen.
Banninck Cocq overleed op 1 januari 1655 in Amsterdam, de stad waar hij zijn leven lang had gewoond en gewerkt. Zes dagen later werd hij begraven in de Oude Kerk, dezelfde plek waar zijn huwelijk ooit was ingezegend. Zijn leven was een weerspiegeling van de dynamiek en ambities van het zeventiende-eeuwse Amsterdam, een stad waar handel, kunst en politiek elkaar voortdurend raakten en beïnvloedden.

Leave a Comment