Catharina “Kaat Mossel” Mulder: Volkskracht en Politiek Theater in de Achttiende-Eeuwse Stad
Door MJ van Hagen, Cultuurhistoricus
In de schaduw van Rotterdamse pakhuizen, waar de geur van brak water en gekruide mosselen hing, schreef Catharina Mulder (1723–1798)—alias Kaat Mossel—geschiedenis met een mosselkar en een onverschrokken stem. Haar verhaal is geen voetnoot in de patriottentijd, maar een spiegel van de Nederlandse Verlichting in al zijn tegenstrijdigheden: een tijd waarin rede en volkssentiment, republikeinse idealen en Oranje-loyaliteit, elitaire hervormingsdrang en straatpolitiek met elkaar botsten. Kaat Mossel was geen passieve figurant in dit drama; zij was regisseur van een theatrale tegenbeweging, waar de mosseltrap een podium werd en de volkswijk een revolutionair laboratorium.
De Mosseltrap als Machtszetel: Straatpolitiek in de Vroegmoderne Stad
Kaat Mossel’s autoriteit was geworteld in de materiële cultuur van de Rotterdamse haven. Als mosselkeurvrouw bij de Mosseltrap—een keuringspost waar schepen hun waar aan land brachten—beheerste zij een knooppunt van economie en gemeenschap. Haar rol ging verder dan het inspecteren van schelpdieren; zij was een poortwachter van informele netwerken. De mosselkar, versierd met de Prinsenvlag, werd onder haar leiding een mobiel symbool van verzet. Het was geen toeval dat juist hier, op de Spaanschekade, de spanning tussen patriottische regenten en Orangistische arbeiders tot ontlading kwam.
Haar jaarlijkse optocht op 8 maart, Willem V’s verjaardag, was een meesterwerk van politieke choreografie. Samen met bondgenoten als Ruige Keet en de Oranjemeid—vrouwen wier bijnamen hun reputatie als straatleiders verrieden—mobiliseerde zij een bonte stoet van zakkendragers, slepers en marktvrouwen. Dit was geen spontane volkswoeling, maar een ritueel van loyaliteit. Oranjelinten werden niet enkel gedragen; ze werden opgedrongen. Collectes voor de prins waren geen vrijwillige giften, maar belastingen afgedwongen met de dreiging van mosselmanden en vuisten. De straat transformeerde zo tot een tegenparlement, waar het volk zijn stem liet horen via symbolen en intimidatie.
De Helleveeg en de Burgerwacht: Gender en Geweld in de Politieke Cultuur
De patriottische spotprenten die Kaat afbeeldden als een helleveeg—een demonische figuur met verwilderd haar en opgeheven vuist—openbaren de angst van de Verlichte elite voor vrouwelijke agency. In een tijd waarin politiek een mannenaangelegenheid was, tartte Kaat Mossel de genderhiërarchie. Haar leiderschap berustte op een typisch vrouwelijke vorm van publiek gezag: kennis van buurtnetwerken, controle over de informele economie, en het vermogen om emotie (van feestvreugde tot woede) als politiek instrument in te zetten.
De patriottische reactie—het oprichten van vrijkorpsen—was hier een antwoord op. Deze burgerlegertjes, samengesteld uit gegoede burgers, militariseerden de privésfeer. Waar Kaat’s aanhang opereerde in de openbare ruimte, verschansten de patriotten zich achter de muren van hun herenhuizen. De strijd tussen Oranjegezinde vrouwen en patriottische militieleden markeerde zo een clash tussen twee visies op burgerschap: het ene collectief, luidruchtig en vrouwelijk; het andere besloten, gedisciplineerd en mannelijk.
Het Proces als Propaganda: Rechtspraak en de Mythe van de Martelares
Kaat’s arrestatie in 1784 en haar berechting waren geen juridisch formalisme, maar een mediaspektakel. De patriotten, die haar wilden framen als aanstichter van anarchie, botsten echter op de retorische kracht van haar advocaat: de dichter-jurist Willem Bilderdijk. Bilderdijk, zelf een vurig Orangist, draaide de rollen om. In zijn pleidooien werd Kaat geen misdadiger, maar een slachtoffer van patriottische tirannie. Zijn argument dat haar leven in een Rotterdamse cel in gevaar was, was niet enkel juridisch—het was een narratief over rechteloosheid onder het nieuwe bewind.
Haar overplaatsing naar de Voorpoortgevangenis in Den Haag was een daad van politieke quarantaine. Maar zelfs achter tralies bleef Kaat’s invloed groeien. Geuzenliederen en clandestiene pamfletten vierden haar als een volkse Jeanne d’Arc, wier gevangenschap het moreel verval van de patriotten blootlegde. Toen Pruisische troepen in 1787 Willem V herstelden, werd haar vrijlating en triomftocht naar Rotterdam—met een huldigingsleger en schadevergoeding—een performance van gerechtigheid. Haar terugkeer naar de Mosseltrap was niet zomaar een hervatting van werk; het was een herstel van de oude orde, waar de mosselkar weer een troon werd.
Van Vloekwoord tot Vrijheidsicoon: De Culturele Wedergeboorte van Kaat Mossel
Kaat Mossel’s nalatenschap leeft voort in de Nederlandse taal en stedelijke folklore. De term Ka—een Rotterdamse benaming voor bazige vrouwen—is een erfenis van haar onverzettelijkheid. Maar ook restaurants, boten en straatliederen dragen haar naam, vaak met een knipoog naar haar rebels imago. Deze culturele appropriatie roept vragen op: is zij een icoon van volkse emancipatie, of een karikatuur die haar politieke ernst reduceert tot folklore?
Haar verhaal biedt een correctie op het patriottische narratief van de Verlichting als een louter rationeel, mannelijk project. Kaat Mossel herinnert ons aan de kracht van emotie, ritualen en lichamelijkheid in politieke strijd. In een tijd van hashtag-activisme is haar mosselkar een reminder: revoluties worden niet enkel in salons gevoerd, maar ook op kades, waar het volk zijn eigen taal van verzet spreekt—een taal van schelpdieren, vuisten en Oranje linten.
De Stad als Archief
Rotterdam, een stad die zichzelf voortdurend heruitvindt, heeft weinig tastbare sporen van Kaat Mossel behouden. Toch ligt haar geest nog altijd op de Spaanschekade, waar de echo’s van Oranjegezinde leuzen vermengd raken met het gekrijs van meeuwen. Haar verhaal is een pleidooi voor een geschiedschrijving die oog heeft voor de politiek van de straat—waar mosselen niet enkel voedsel zijn, maar munitie in de strijd om de ziel van de stad.

Leave a Comment