Hendrik Petrus (Hein) Berlage (Amsterdam, 21 februari 1856 – Den Haag, 12 augustus 1934) was een toonaangevend Nederlands architect, stedenbouwkundige en ontwerper, bekend om zijn meubels, glaswerk en tekeningen. Hij wordt beschouwd als een van de grondleggers van de moderne architectuur in Nederland.
Berlage, de beroemde architect wiens nalatenschap diep verankerd ligt in de Nederlandse architectuurgeschiedenis, is niet alleen bekend om zijn iconische bouwwerken, maar ook om zijn familiebanden die tot op de dag van vandaag doorwerken. Hij is de overgrootvader van Vincent Bijlo, een veelzijdige Nederlandse cabaretier, schrijver en columnist die bekend staat om zijn scherpe humor, maatschappelijk engagement en literaire talent. Bijlo, die zelf blind is, heeft een indrukwekkende carrière opgebouwd waarin hij met zijn werk vaak maatschappelijke thema’s aansnijdt en daarmee een breed publiek weet te raken.
De connectie tussen Berlage en Bijlo is een intrigerende verbinding tussen twee generaties die, elk op hun eigen manier, een stempel hebben gedrukt op de Nederlandse cultuur. Waar Berlage zijn sporen naliet in de stenen en structuren van de Nederlandse steden, draagt Bijlo bij aan het culturele landschap met zijn woorden en optredens. Het is een erfgoed dat zich niet beperkt tot architectuur of kunst, maar dat ook de kracht van familiebanden en doorgeefluik van talent en visie illustreert. Zo leeft Berlage’s erfenis niet alleen voort in zijn gebouwen, maar ook in de creatieve geest van zijn achterkleinzoon.
Hendrik Petrus Berlage zag het levenslicht aan de Keizersgracht in Amsterdam, geboren in een gezin van welgestelde, liberale ouders. Na een zorgeloze jeugd verhuisde het gezin naar Arnhem, waar hij de HBS bezocht. Deze periode werd echter getekend door verdriet: zijn moeder overleed, en zijn vader hertrouwde. Berlage’s schoolprestaties leden onder deze gebeurtenissen, maar uiteindelijk vond hij zijn roeping in de architectuur, een vak dat hem de mogelijkheid bood om vorm te geven aan zijn idealen en ambities.
Van 1874 tot 1875 studeerde hij aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam, waarna hij zijn opleiding voortzette aan de Bauschule van het Eidgenössische Polytechnicum in Zürich, later bekend als de ETH. Hier kwam hij in aanraking met de ideeën van de invloedrijke architecten Gottfried Semper en Eugène Viollet-le-Duc, wiens denkbeelden een blijvende indruk op hem maakten. Vooral de theorieën van Semper zouden later duidelijk doorklinken in Berlage’s klassieke bouwstijl. Na zijn studie trad hij in dienst bij het bureau van Th. Sanders, met wie hij zich in 1884 associeerde. Samen ontwierpen zij verschillende gebouwen in neorenaissancestijl, een stijl die in die tijd hoogtij vierde. Op 28 juli 1887 trad Berlage in het huwelijk met Marie Bienfait, geboren in Goor in 1864. Het echtpaar kreeg vier kinderen: drie dochters en een zoon. In 1914 verhuisde het gezin van Amsterdam naar Den Haag, waar zij hun intrek namen in een huis aan de Violenweg 14, ontworpen door Berlage zelf. Dit huis was niet alleen een woonplek, maar ook een weerspiegeling van zijn architectonische visie, waarin functionaliteit en schoonheid hand in hand gingen. Zo werd Berlage’s leven gekenmerkt door een zoektocht naar harmonie, zowel in zijn werk als in zijn persoonlijke bestaan.
In 1889 begon Berlage zijn eigen praktijk, aanvankelijk nog werkend in de destijds gangbare neostijlen, zoals blijkt uit zijn ontwerp voor het winkelpand Focke & Meltzer aan de Kalverstraat in Amsterdam. Gaandeweg echter begon hij te experimenteren met een stijl die rationalisme en jugendstil verenigde, een zoektocht die vooral vorm kreeg in zijn werk voor de verzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1845, waarvoor hij als huisarchitect optrad. Zijn ontwerpen, zoals die aan het Muntplein in Amsterdam, toonden reeds de kiemen van wat later zijn meesterwerk zou worden: de Beurs van Amsterdam. Het was deze stijl, die zowel functionaliteit als schoonheid nastreefde, die wethouder Willem Treub ertoe bracht Berlage naar voren te schuiven als de architect van de nieuwe Koopmansbeurs.
Berlage’s architectuur was meer dan slechts een verzameling vormen en materialen; zij was een uitdrukking van een dieper gedachtegoed. Zijn werk weerspiegelde het radicaal liberalisme dat hij deelde met Treub, een stroming die later zou uitmonden in de sociaaldemocratie. Voor Berlage was architectuur niet louter een ambacht, maar een middel om maatschappelijke idealen gestalte te geven. Zijn laatste werk, het Haags Gemeentemuseum – thans het Kunstmuseum Den Haag – beschouwde hij als zijn magnum opus. Het was een project waarin zijn levenslange zoektocht naar harmonie tussen vorm en functie zijn voltooiing vond, hoewel hij de voltooiing ervan zelf niet meer mocht meemaken. Zo sloot Berlage’s carrière af met een gebouw dat niet alleen zijn visie op architectuur samenvatte, maar ook zijn geloof in de maakbaarheid van een betere samenleving.


Leave a Comment